“Als ik de mensen had gevraagd wat ze wilden, zouden ze gezegd hebben: snellere paarden”. Dit heeft Henry Ford niet echt gezegd, maar er is een reden dat de uitspraak zo populair is: het komt gewoon ontzettend vaak voor dat een vernieuwing eerst nog volledig in een oude manier van werken wordt opgenomen. Als daar na een tijdje iedereen aan gewend is, komt er iemand die de innovatie op een heel andere manier inzet om hetzelfde te bereiken. De allereerste auto’s waren echt een koets zonder paarden. Ford was één van de mensen die de omvorming tot een ‘echte’ auto vormgaven.
De ontwikkeling van informatietechnologie, waar AI het voorlopige sluitstuk van is, zit vol met dit soort voorbeelden.
Het schrift is in eerste instantie gebruikt om wetten vast te leggen, rituele zaken te beschrijven en administratie te doen. Heel praktisch. Maar na een tijdje werd bedacht dat je er ook verhalen mee kon schrijven, iets waar Aristoteles sterke bedenkingen bij had. Hij vond dat we daarmee ons vermogen zouden verliezen om verhalen uit het hoofd te kunnen vertellen. (Meer hierover in mijn blog Uitbestede menselijkheid.) Dat vastleggen van verhalen is de belangrijkste functie van het boek geworden.
In de oudheid stond lezen nog dicht bij verhalen vertellen.
Lezen deed je in het oude Griekenland en Romeinse rijk niet in stilte maar hardop. Redenen waren dat woorden nog niet gescheiden werden door spaties en interpunctie: hardop lezen maakt het makkelijker om de verschillende woorden te kunnen onderscheiden. Andere reden was ook dat teksten vaak door slaven werden voorgelezen: een lezer zou je als ‘slaaf van de tekst’ kunnen zien en dat past een vrije burger natuurljik niet. Daar kun je dan beter een agent avant la lettre voor inzetten.
De boekdrukkunst, de tweede grote revolutie in informatietechnologie, was in eerste instantie een imitatie en opschaling van het handmatige monnikenwerk. De allereerste gedrukte boeken, die met een prachtig woord incunabelen (of wiegendruk) worden genoemd, probeerden het prachtige handschrift van die monniken te imiteren, inclusief de gecalligrafeerde beginletters die met houtdruk werden toegevoegd. Pas na 1500 ontstonden gestandaardiseerde lettertypes en verscheen de drukletter als alternatief voor de schrijfletter.
Van papier naar digitaal
De computer is de volgende revolutie in informatietechnologie. Onder de motorkap compleet nieuw, maar hoe ging de interactie met mensen? Ja, er werden direct al schermen gebruikt, maar het idee van de schrijfmachine was nog sterk. Begin jaren 80 werden er nog papierterminals gebruikt: een printer met ingebouwd toetsenbord, waarbij elk ingetypt teken direct werd afgedrukt, en de output van de computer daar weer onder werd afgedrukt. Toen ik als eerstejaars student een keer werd uitgenodigd om een avondje te komen gamen bij de informatici in het computercentrum (een of ander strategisch space spel), had ik een 15 centimeter dikke papierstapel als souvenir.
De sporen van de schrijfmachine als voorganger van de computer zijn nog duidelijk terug te vinden: die gekke QWERTY volgorde op toetsenborden is ontstaan uit de mechanische beperkingen van een schrijfmachine. En voor de wat technischer computergebruiker is bijvoorbeeld ‘carriage return / line feed’ een bekend ding. Carriage return: het laten teruglopen van de ‘wagen’ die op een typemachine zit.
De revolutie is overigens nog steeds niet afgerond: de computer zou papier overbodig moeten maken, maar we drukken nog steeds heel veel teksten af op papier. Daarom zijn documenten die je op een computer verwerkt nog steeds opgedeeld in pagina’s van A4-formaat. Opvallend genoeg blijven digitale documenten vaak nog steeds doen alsof ze op papier thuishoren: met A4-pagina’s, marges en vaste paginagrenzen.
Internet, de volgende informatierevolutie, nam wel afscheid van papier als referentie: webpagina’s zijn in ieder geval niet meer tot A4 beperkt. Ondanks de ongekende snelheid van de internetrevolutie heeft het helemaal omarmen van de mogelijkheden van internet tijd gekost. In de jaren ‘90 was het voor winkels heel modern om ook “op het Internet te zitten”.(Let op de hoofdletter en het lidwoord.) Wie een statische website had waarop de catalogus te vinden was, het adres, het telefoonnummer en misschien een emailadres, surfte als bedrijf al heel behoorlijk mee op de moderne informatiesnelweg.
Totdat Amazon dit beeld volledig overhoop schopte. Een fysieke winkel is helemaal niet nodig om spulletjes te verkopen! Veel winkelstraten merkten de jaren daarna de opkomst van e-commerce. Veel pakketbezorgers en leveranciers van bestelbusjes ook, maar dan in positieve zin. Een ander voorbeeld is booking.com die het zoeken en boeken van hotelkamers nogal veranderd heeft.
Email is in basis nog steeds het versturen van een brief.
Geadresseerde, afzender, met een onderwerpregel als ‘envelop’. Emails beginnen met een aanhef en sluit je af met een ondertekening, net zoals met die goede oude papieren brief. Het idee dat je een conversatie kunt hebben waarbij de berichten per contactpersoon gegroepeerd zichtbaar zijn, moest echt door iemand bedacht worden. Op je oude telefoon stonden je SMS’jes allemaal in één lange lijst, pas later werden ze per contactpersoon gegroepeerd. De chat-interface is begonnen met de CB Simulator, die de ‘citizen band’ radio (in Nederland bekend als 27Mc bakkies) op computers simuleerde. Eerst werd ieders bijdrage door elkaar weergegeven, pas later werden losse zinnen gegroepeerd, met de komst van IRC (Internet Relay Chat). (Dit fijne voorbeeld komt uit Because Internet.)
Transformatie
Internet ging snel. Na één generatie is onze manier van leven en werken helemaal aangepast. Het is bijna niet meer voor te stellen dat het nog maar 30 jaar geleden is dat sommige dagelijkse dingen totaal anders gingen. Kaartjes voor een concert kopen: online uitzoeken, aanklikken en betalen, versus in fysiek in de rij staan bij de concertzaal. Muziek luisteren: een playlist op Spotify versus een LP bij de platenzaak uitzoeken (of met je radiocassetterecorder in de aanslag naar de Top-40 luisteren). Video’s bij de videotheek uitzoeken of Netflix (dat zoals bekend begonnen is als DVD-verhuurder). Internetbankieren. Kranten lezen.
Het is zo logisch: er komt een innovatie die het werk makkelijker of efficiënter maakt. Wat doe je dan? Je gaat stappen die nu onhandig of inefficiënt zijn aanpakken. De winkel die naast telefoon ook via email contact met klanten kon hebben: handig! Of dat een catalogus niet meer hoeft te worden gedrukt en via de post verspreid, maar gewoon via de website te bekijken is: handig! Hoe logisch en handig ook, het is heel vaak zo dat de bestaande manier van werken inderdaad efficiënter kan, maar dat een ándere manier van werken nóg meer voordeel geeft. Het resultaat is dat bestaande succesvolle bedrijven rechts ingehaald worden door nieuwe bedrijven, die de nieuwe technologie op een echt andere manier invullen. Het patroon is: imitatie, optimalisatie en uiteindelijk transformatie.
Volgt AI hetzelfde patroon?
AI bestaat al meer dan een halve eeuw, maar de huidige hype is natuurlijk met ChatGPT begonnen. Het was leuk en grappig om via een scherm te kunnen kletsen met een computerprogramma in plaats van een echt mens: je werd nooit tegengesproken, je gesprekspartner was nooit moe of geïrriteerd en je kon echt van alles vragen. Het functionele gebruik van AI is in het begin vooral ‘vragen stellen’ geweest. Eigenlijk wat je ook al bij Google deed.
Het maken van plaatjes met AI is wel een innovatie die een andere weg bewandelt.
Om die ontwikkeling te plaatsen is het beter om de vergelijking te trekken met de opwinding die er 150 jaar geleden was toen fotografie werd geïntroduceerd: wat betekent dat voor de schilderkunst? En dan is er ook nog het maken van geluid, muziek en filmpjes. Mooi onderwerp voor een andere blog.
Toen zoekmachines net bestonden, moest je goed zijn in het bedenken van de juiste zoektermen. Je kon zelfs ‘logische operators’ gebruiken: ‘voetbal’ AND (‘2025’ OR ‘2026’). Met het slimmer worden van zoekmachines was dat steeds minder nodig en tot mijn stomme verbazing gingen mensen een hele zin in de zoekmachine intypen, en niet alleen de steekwoorden. En dat werkte nog ook! De stap naar vragen stellen aan een AI is dan logisch. Nu zoekmachines ook hun resultaten laten voorafgaan met ‘AI antwoorden’ is het onderscheid zoekmachine – AI al helemaal klein geworden.
In de kantoorsituatie is er naast ‘zoeken op internet’ ook nog bijgekomen ‘zoeken in mijn eigen mailbox en op ons intranet’. Wie kent niet de frustratie van vruchteloos zoeken naar dat ene feitje wat in dat ene document stond? De AI zoekmachine interpreteert je vraag, verzamelt en analyseert alle documenten die in aanmerking komen, en formuleert het antwoord op je vraag op basis van die documenten.
In diezelfde kantoorsituatie wordt AI verder nog gebruikt om teksten samen te vatten, te vertalen, of te redigeren. Meer ondernemende collega’s maken ‘agents’ die zelfstandig taken kunnen uitvoeren, maar het is allemaal een voorbeeld van dezelfde stappen nemen die we altijd al namen, maar dan efficiënter.
Anders werken
Gaan er totaal nieuwe manieren van werken ontstaan? Hoe ziet een “AI first” bedrijf eruit? De eerste experimenten met de ‘one person company’ (of zelfs ‘zero person company’, afhankelijk van wie je precies meetelt) hebben nog wel problemen met betrouwbaarheid: AI hallucineert en maakt soms heel vreemde keuzes. In de digitale wereld (software, design, marketing) zijn er wat voorbeelden te vinden, maar er zijn nog heel wat dingen op te lossen: verantwoordelijkheid is bijvoorbeeld een open probleem, en daarnaast blijkt ook dat zaken waarbij oordeelsvermogen (of smaak of intuïtie) nodig zijn lastig uit te besteden zijn. Wel zijn er al ‘lights out factories’, maar dat gaat eerder over robotisering dan AI.
Over programmeren met behulp van AI loopt de discussie nog. Meekijken en suggesties doen, prima, en helpen met fouten oplossen: graag. Velen vinden dat het snel in elkaar zetten van een demo nog wel kan, maar om operationele software door AI te laten maken, dat is vragen om moeilijkheden. Of niet? Er zijn steeds meer berichten dat ‘de grote jongens’ het merendeel van hun software door AI laten schrijven. Waar dan weer berichten op volgen dat sommige daarvan hun ontslagen programmeurs toch maar weer in dienst nemen. We zitten dus nog in de experimenteerfase, maar de conclusie lijkt te zijn dat programmeren met AI als een soort versterker werkt: goede teams worden productiever, maar zwakke teams worden sneller helemaal chaotisch.
In het echte leven, buiten het kantoor zie je nog niet zoveel echte veranderingen. Door Google en smartphones is een snelle factcheck tijdens een discussie al jarenlang heel gewoon. Iets online bestellen en dat nog dezelfde dag bezorgd krijgen: normaalste zaak van de wereld. Het verschil is dat de factcheck nu niet door Google, maar door ChatGPT of een andere AI gedaan wordt. En die aankopen? Er zijn wel veel consumenten die verwachten dat AI ze gaat helpen bij het shoppen, maar om de aankoop helemaal door een AI agent af te laten handelen, dat is een brug te ver. Zie het hilarische voorbeeld van de OpenClaw agent die 40 bollen knoflook bestelde zonder dat zijn baasje dat wist.
Kortom: er worden allerlei nieuwe dingen uitgeprobeerd waarbij AI op nieuwe manieren in ons werk en leven wordt geïntegreerd, maar we weten nog niet welke daarvan zullen blijven hangen. Net zoals de snelle paarden eigenlijk heilige koeien bleken te zijn. Net zoals we 25 jaar geleden nog niet konden voorzien op welke manier internet een rol in ons leven en werk zou gaan spelen.
De ontwikkeling van AI gaat sneller dan al die andere eerdere innovaties. De grote veranderingen zouden over een jaar of tien wel duidelijk moeten zijn. Laten we afspreken dat ik in 2035 een update van deze blog ga schrijven!
Gerelateerde blogs:
- Uitbestede menselijkheid Activiteiten die we graag als ‘typisch menselijk’ beschouwen blijken we toch graag te willen uitbesteden aan technologie, zoals boeken.
- Spreektaal wordt schrijftaal wordt internettaal over de impact van innovaties in informatietechnologie op ons taalgebruik


Plaats een reactie