Het is niet origineel meer om vergelijkingen te trekken met de Internet-bubble (of de dot-com crisis) van 25 jaar geleden. Zelfs Sam Altman (van OpenAI, het bedrijf achter ChagGPT) maakt al opmerkingen over de investeringen in AI en de kans op een bubbel die barst. Maar behalve de gekte op financiële markten zijn er nog wel meer vergelijkingen met 25 jaar geleden te maken.
Zo’n 25 jaar geleden was ‘internet’ nog iets nieuws en opwindends. “Alles” was nog mogelijk, de wereld ging fundamenteel veranderen en niemand wist natuurlijk echt waar het naartoe ging. Dus werden er allerlei dingen uitgeprobeerd. Het kaf moest nog van het koren gescheiden worden: er werden nieuwe dingen voorgesteld die inmiddels de normaalste zaak van de wereld zijn. Ook toen werden er dingen gedaan waar we nu meewarig op terugkijken – wat waren we toen schattig naïef! De vergelijking met de zoektocht naar ‘nuttige’ AI-toepassingen vandaag de dag dringt zich vanzelf op.
De prehistorie
Het was in 2000 nog echt niet zo dat iedereen internet had. Xs4all was in 1993 opgericht om dat voor elkaar te krijgen, maar ook in 2000 moesten de meeste mensen via de telefoonlijn ‘inbellen’ op internet. Dat was langzaam en ging gepaard met vreselijke geluiden uit je modem. Internet was iets voor nerds, hackers, wetenschappers en mensen die bij grote bedrijven werkten. Het hielp ook als je een beetje technisch was. En eigenlijk was er voor de gewone consument nog niet zoveel te beleven, laat staan dat je er zelf aan mee kon doen: daarvoor moest je de programmeertaal HTML kennen.
Het was in 2022 nog echt niet zo dat iedereen AI gebruikte. OpenAI was in 2015 opgericht door Sam Altman, Elon Musk en Peter Thiel, en het bedrijf introduceerde de technologie ‘GPT’ in 2018. Alleen wetenschappers en data scientists die Python konden programmeren merkten het op. AI was iets voor nerds, hackers, wetenschappers en mensen die bij grote (technische) bedrijven werken. Onder de motorkap werd AI overigens al op heel veel plaatsen gebruikt, maar zoals dat met motorkappen gaat: onzichtbaar voor het publiek.
Het grote publiek
Internet veranderde door een aantal ontwikkelingen die ongeveer tegelijkertijd plaatsvonden en elkaar versterkten. Google veranderde ‘zoeken op internet’ voorgoed. De opkomst van ‘breedband’ maakte een internetaansluiting stukken handiger: ook als je “op internet aan het surfen was” (zo heette dat toen) kon je dochter via de vaste lijn met haar vriendinnetjes kletsen. De komst van ‘web 2.0’ zorgde voor interactie: de geboorte van social media (Hyves!) maakte dat je iets op internet kon zetten zónder dat je de programmeertaal HTML hoefde te kennen. Mobiel internet (iphone!) maakte internet ook buitenshuis handig. Internet was een consumentenproduct geworden.
AI veranderde in november 2022 op slag met de komst van ChatGPT. De kwaliteit van het taalmodel GPT3.5 was zó’n sprong beter geworden dan zijn voorgangers, dat het opeens bruikbaar was. (Of beter: bruikbaar léék, maar daarover later in een aparte blog meer.) Het geheim: behalve de slimmigheden die in hun GPT-motor gestopt waren (ook daarover later meer), bleek het gebruik van krankzinnig grote hoeveelheden tekst ertoe te leiden dat het model significant beter presteerde dan zijn voorgangers en zijn concurrenten. ChatGPT heeft het record van het snelstgroeiende consumentenproduct ter wereld: honderden miljoen nieuwe gebruikers in twee maanden. AI was een consumentenproduct geworden.
Gekkigheid
De beschikbaarheid van internet all over the place maakte dat investeerders vanaf het jaar 2000 grote hoeveelheden geld naar bedrijven gingen gooien. De ‘nieuwe economie’ leek bereikbaar: eeuwige groei, zonder dat er ooit iets op zou raken. Winst maken werd een vies woord: een startup die winst maakte, had blijkbaar onvoldoende verbeeldingskracht om nieuwe dingen te verzinnen – anders stopte je die winst wel in nieuwe producten.
De hoeveelheid investeringen in AI is ongekend. Het wordt geen ‘nieuwe economie’ genoemd, maar de impact van AI op ons werk leidt al wel tot al dan niet koortsige fantasieën. Ideeën als de ‘zero person company’ worden serieus besproken: een bedrijf waar de enige werknemers AI-bots zijn. De eerste experimenten daarmee zijn nog niet zo overtuigend, overigens, maar vooral in China zijn er al wel ‘dark factories’ waarin ‘lights out production’ plaatsvindt: donkere fabrieken waarin alle lichten uit gelaten kunnen worden, omdat al het productiewerk door robots plaatsvindt.
Ten tijde van de internetbubble zijn er prachtige ideeën verkend. Op het ministerie van Verkeer en Waterstaat (waar toen ook Post en Telecom onder viel), verkende het plan om iedere Nederlander een gratis emailadres te geven. Hoe je geld kon verdienen op internet stond nog in de kinderschoenen; nu weten we dat het vooral om advertenties gaat, maar toen werden zogenaamde ‘micropayments’ als dé oplossing gezien om voor het lezen van één online krantenartikel een klein bedrag als 10 cent te betalen. Er was een service ‘Third Voice’ die je de mogelijkheid gaf om op elke website de je bezocht een review achter te laten of een conversatie te starten – Google Reviews of Trustpilot waren er nog niet. En we hadden de ‘battle of the portals’: een portal was een verzameling links en andere services die iedereen zou gebruiken als startpagina. Voor de domeinnaam ‘sportal’ (inderdaad, een portal gericht op sport) werd een enorm bedrag betaald.
Zelf werkte ik bij KPN in die tijd. We waren op zoek naar ‘de’ killer app: een app die de vraag naar veel mobiel datagebruik zou aanwakkeren. En dat dan in combinatie met ‘location based services’: dat je een aanbieding van een bakkerij kreeg (“nu 20% korting op vertoon van dit bericht!”) als je erlangs liep.
We zijn er nu bij!
We zullen over 25 jaar terugkijken op deze periode. Van sommige toepassingen van AI zullen we verwonderd zijn dat er blijkbaar een tijd was waarin die toepassing nog niet bestond. Bij sommige andere toepassingen zullen we een beetje meewarig glimlachen. Welke? Ik ben nu al nieuwsgierig!


Plaats een reactie